
Heat Shrink Tubing Sizes
Complete Maatgids voor Kabelassemblage
Een krimpkous die 1 maat te groot is, lijkt op de werkbank nog acceptabel maar faalt later bij trilling, vocht of trekbelasting. Deze gids laat zien hoe u heat shrink tubing kiest op basis van diameter, krimpverhouding, wanddikte en toepassing, zodat uw kabelassemblage ook na 10.000 buigcycli nog strak en betrouwbaar blijft.

Hommer Zhao
Oprichter PCB Assemblage | 15+ jaar ervaring in PCB productie
Wij gebruiken krimpkous dagelijks voor strain relief, markering, isolatie en vochtbescherming in kabelassemblages voor machinebouw, medische apparatuur en industriële besturing. De meeste fouten komen niet door slecht materiaal, maar door verkeerde maatkeuze in combinatie met een onderschatte connector- of splice-diameter.
"Als een ontwerpteam in de eerste review al IPC-2221, een procesmarge van 20% en minimaal 3 kritische DFM-punten vastlegt, zien wij de first-pass yield doorgaans direct boven 98% uitkomen."
Hommer Zhao, Founder & CEO, WIRINGO
Voor een snelle vervolgstap zijn onze gidsen over DFM-checks, PCB testen en IPC-kwaliteitsklassen de meest gebruikte referenties in onze offertefase.
Wat is Heat Shrink en Welke Maat Telt Echt?
Heat shrink tubing, of krimpkous, is een thermoplastische huls die na verhitting terugkrimpt rond een draad, splice, terminal of kabelbundel. In kabelassemblage heeft het vier hoofdfuncties: elektrische isolatie, mechanische trekontlasting, markering en afdichting. De basis is eenvoudig, maar de maatvoering niet. In de praktijk wordt te vaak alleen naar de nominale binnendiameter gekeken, terwijl de echte passing wordt bepaald door een combinatie van supplied diameter, shrink ratio, recovered diameter en wanddikte.
Voor een betrouwbare selectie kijkt u naar de grootste diameter waar de kous overheen moet schuiven, de kleinste diameter waarop de kous nog strak moet eindigen, en de omgevingscondities. Een markerkous voor een 22 AWG signaaldraad heeft andere eisen dan een dual-wall sleeve over een crimp splice in een vochtige machinekamer. Daarom zijn normen en materiaalclassificaties belangrijk. Achtergrondinformatie over heat-shrink tubing, UL recognition en IEC-referenties helpt om datasheets correct te lezen.
In onze productie wordt krimpkous zelden als los onderdeel benaderd. Het maakt deel uit van de totale stack-up van draad, terminal, connector en routing. Dat is ook waarom wij het onderwerp standaard koppelen aan eerdere keuzes zoals correct krimpen van terminals, isolatie- en geleiderselectie en connectortypen voor kabelassemblage.
standaard ratio voor markering en lichte isolatie
meest praktische ratio voor splices en bundels
voor grote diameterstappen en reparaties
typische continue temperatuur voor polyolefin
De verkeerde krimpkousmaat valt zelden direct op tijdens de eindinspectie. Het probleem verschijnt pas na montage, wanneer de kabel buigt, trekt of warm wordt. Mijn vuistregel: als een kous na recovery niet minstens 15 millimeter functionele overlap en voelbare radiale grip heeft, is hij voor serieproductie te risicovol.
— Hommer Zhao, Oprichter & Technisch Expert
Diameter, Krimpverhouding en Wanddikte Uitleg
Een datasheet toont meestal drie kernwaarden. De eerste is de supplied inside diameter: de binnendiameter voor verhitting. De tweede is de shrink ratio, bijvoorbeeld 2:1 of 3:1. De derde is de recovered wall thickness, ofwel de wanddikte na volledige recovery. Veel inkopers vergelijken alleen de eerste twee, maar voor slijtvastheid, strain relief en dielectric strength is juist die wanddikte vaak beslissend.
1. Supplied Diameter
Deze maat moet groot genoeg zijn om soepel over de grootste assemblagestap te schuiven: bijvoorbeeld een butt splice, ferrule, connectornek of afschermingsbundel. Als de marge kleiner is dan 5%, krijgt u vertraging op de lijn of beschadigt u de kous tijdens montage.
2. Recovered Diameter
Dit is de kleinste diameter die de kous theoretisch kan bereiken. In echte productie zit u daar zelden exact op, omdat operator, nozzle-afstand, connector-massa en omgevingstemperatuur recovery beïnvloeden. Daarom houden wij bij 2:1 kous liever 10% reserve aan en bij 3:1 of 4:1 minimaal 15%.
3. Recovered Wall Thickness
Dunne wand is prima voor markering en basale isolatie, maar niet voor kabels die langs plaatwerk lopen of olie, trillingen en vocht zien. In industriële kabelassemblages kiezen we voor dual wall zodra de kous ook als afdichting of trekontlasting moet functioneren.
Snel rekenvoorbeeld
Stel: uw splice heeft een grootste buitendiameter van 9 mm en de draad achter de splice is 4,2 mm. Een 2:1 kous met 9,5 mm supplied diameter is te krap voor assemblagemarge en zal na krimp niet strak genoeg op 4,2 mm eindigen. Een 3:1 kous met 12 mm supplied diameter en circa 4 mm recovered diameter past wel. Kies daarna de wanddikte op basis van slijtage, vloeistoffen en trekbelasting.
Engineers vragen vaak welke krimpverhouding “het beste” is. Dat is de verkeerde vraag. De juiste vraag is: hoeveel diameterstap moet ik overbruggen zonder processtress op de lijn te introduceren? Zodra die stap groter wordt dan ongeveer 35%, verschuiven wij vrijwel automatisch van 2:1 naar 3:1.
— Hommer Zhao, Oprichter & Technisch Expert
Heat Shrink Tubing Size Chart
Onderstaande tabel is een praktische selectiekaart voor veelvoorkomende kabelassemblage-toepassingen. De exacte productspecificaties verschillen per fabrikant, maar deze ranges zijn bruikbaar voor offertebeoordeling, BOM-opbouw en werkvoorbereiding.
| Nominale maat | Ratio | Recovered ID | Typische toepassing | Aanbeveling |
|---|---|---|---|---|
| 1,6 mm | 2:1 | 0,8 mm | Draadmarkering, kleine sensoraders, 26-22 AWG | Gebruik alleen voor rechte secties zonder splice |
| 3,2 mm | 2:1 | 1,6 mm | Lichte isolatie over 22-18 AWG, labelsleeves | Goed voor nette markering, niet voor sealing |
| 4,8 mm | 3:1 | 1,6 mm | Crimp splices, kleine Y-splits, 20-16 AWG | Standaard werkpaard voor service en reparatie |
| 6,4 mm | 3:1 | 2,1 mm | Overgang van bundel naar connectornek, 16-14 AWG | Kies dual wall bij vocht of vibratie |
| 9,5 mm | 3:1 | 3,2 mm | Afschermingsbundels, coax-overgangen, middelgrote branch-outs | Controleer nozzle-profiel om luchtbellen te vermijden |
| 12,7 mm | 4:1 | 3,2 mm | Grote splice naar dunne kabel, connector breakouts | Handig wanneer 3:1 net onvoldoende marge heeft |
| 19,0 mm | 4:1 | 4,8 mm | Harness branch boots, zware voeding, outdoor sealing | Gebruik dual wall of molded alternatief bij hoge IP-eis |
Een maat groter kiezen is niet altijd veiliger
Operators kiezen soms bewust een grotere kous “voor montagegemak”. Dat lost één lokaal probleem op, maar vergroot de kans op rimpels, onvolledige recovery en onvoldoende grip. Vooral bij coaxiale kabelassemblages en EMC-gevoelige harnesses geeft dat later klachten over afscherming of trekbelasting.

Thin Wall vs Dual Wall vs Heavy Wall
Maat is niet het enige selectiecriterium. Dezelfde binnendiameter kan beschikbaar zijn in dunwandige polyolefin, dual-wall met smeltlijm of zware mechanische sleeves. Het verkeerde wandtype veroorzaakt niet alleen kwaliteitsproblemen, maar ook onnodige kosten. Een 4:1 dual-wall kous op een eenvoudige labelsleeve is overengineering. Andersom is een dunwandige 2:1 sleeve over een buitentoepassing onder-engineering.
| Type | Voordeel | Beperking | Beste gebruik |
|---|---|---|---|
| Thin wall polyolefin | Lage kost, snelle recovery, nette afwerking | Beperkte sealing en slijtvastheid | Markering, extra isolatie, lichte bundels |
| Dual wall adhesive lined | Afdichting, strain relief, vochtbarrière | Dikker, duurder, langzamer te verwerken | Automotive, marine, outdoor, sensorkabels |
| Heavy wall | Hoge mechanische robuustheid | Stijver, grote warmte-input nodig | Power leads, grondkabels, ruwe omgeving |
| Fluoropolymeer / PTFE | Chemisch en thermisch zeer sterk | Hoge kost, recovery vaak boven 250°C | Aerospace, high-temp, agressieve media |
Voor 80% van de industriële kabelassemblages is de juiste beslissing niet exotisch: 3:1 dual wall voor kritische overgangen, 2:1 thin wall voor markering en nette bundeling. Problemen ontstaan meestal wanneer teams één standaard kous inkopen en die vervolgens op alle varianten willen forceren.
— Hommer Zhao, Oprichter & Technisch Expert
Zo Kiest U de Juiste Krimpkousmaat
Stap 1: Meet het grootste obstakel
Meet niet alleen de draaddiameter, maar het grootste punt waar de kous overheen moet: splice, backshell, ferrule of connectornek. Bij servicekits adviseren wij nog eens 5 tot 10% extra montagebuffer.
Stap 2: Bepaal de einddiameter
De recovered diameter moet kleiner zijn dan het gedeelte waarop de kous strak moet eindigen. Anders krijgt u geen compressie. Bij rework rondom connectors is dit extra belangrijk omdat oude behuizingen vaak kleine maatafwijkingen hebben.
Stap 3: Kies materiaal en wandtype
Markering vraagt iets anders dan sealing. Voor olie, reinigingsmiddelen of vocht kiest u eerder dual wall of fluoropolymeer. Voor eenvoudige interne bekabeling in een kast volstaat vaak dunwandige polyolefin.
Stap 4: Controleer procesvenster
Bekijk recovery-temperatuur, dwell time en nozzle-afstand. Als uw lijn met een standaard 1,6 kW heat gun werkt en de kous pas boven 250°C correct sluit, veroorzaakt u throughput-verlies of thermische schade aan omliggende delen.
Wanneer molded boots beter zijn dan standaard kous
Zodra u een zeer grote branch-out moet afdichten, meerdere uitgangen hebt of IP67/IP68-prestaties nastreeft, volstaat standaard krimpkous vaak niet meer. Dan stappen wij over op gevormde breakout boots, overmolding of een combinatie van tape, lijm en dual-wall sleeves. Zie onze mogelijkheden voor custom kabelassemblage of neem direct contact op via de contactpagina.
5 Veelgemaakte Fouten in Assemblage
1. Selectie op catalogusmaat zonder echte bundeldiameter
Een nominale 6 mm kabel kan lokaal 8 mm worden door tape, labels of afscherming. Meet de echte assemblagediameter, niet alleen de draad in de datasheet.
2. Te hete nozzle op één punt
Hierdoor verbrandt de buitenlaag, terwijl de binnenzijde nog niet volledig is hersteld. Bij dual wall ziet u dan lokale lijmophoping maar geen volledige sealing.
3. Geen overlap over beide zijden van de verbinding
Zonder minimaal 10 tot 15 mm overlap per zijde werkt de kous alleen cosmetisch. Mechanisch doet hij dan vrijwel niets.
4. Dunwandige kous gebruiken waar sealing nodig is
Single wall kan een nette look geven, maar sluit geen vocht op. Voor buitengebruik, sensors of trillende voertuigen is dat een klassieke warranty-fout.
5. Geen werkvoorschrift per kabelfamilie
Als operators zelf maat of verwarmingsduur kiezen, krijgt u spreiding tussen shifts. Leg per artikelnummer vast: maat, ratio, gereedschap, temperatuurvenster en acceptatiecriteria volgens IPC/WHMA-A-620.
Wat Moet er op Uw Tekening of BOM Staan?
Een inkoopregel “heat shrink, zwart, 3:1” is niet voldoende voor reproduceerbare productie. Als u een leverancier wilt laten offreren of een tweede bron wilt kwalificeren, specificeer dan minimaal:
- Supplied diameter en krimpverhouding, bijvoorbeeld 9,5 mm 3:1
- Materiaaltype: polyolefin, dual wall adhesive lined, PTFE of heavy wall
- Kleur en eventuele markeervereisten
- Lengte voor en na recovery, inclusief overlap-eis
- UL / RoHS / temperatuurklasse en eventuele projectnorm
- Procesinstructie: heat gun, oven of tunnel, plus acceptatiecriteria
Zodra heat shrink tubing als volwaardig engineered onderdeel op de BOM staat, dalen de variaties op de lijn direct. De grootste winst zit niet in een lagere stuksprijs maar in minder rework, minder discussie tussen shifts en een stabielere first-pass yield boven 98%.
— Hommer Zhao, Oprichter & Technisch Expert
Gebruik geen generieke webshop-omschrijving als productspecificatie
“Krimpkous 10 mm zwart” zegt niets over wall thickness, continuous temperature, lijmtype of UL-status. Voor gereguleerde of langdurig belaste projecten is dat onvoldoende. Wanneer wij een offerte voorbereiden voor serieproductie, koppelen we deze specificatie daarom altijd terug aan de complete kabelstack en het gewenste testplan, bijvoorbeeld samen met elektrische testmethoden.
Veelgestelde Vragen
Hoe bepaal ik de juiste maat heat shrink tubing?
Meet de grootste buitendiameter waar de kous overheen moet en kies daarna een ratio waarmee de recovered diameter kleiner uitkomt dan het uiteindelijke kabeldeel. Voor een bundel van 8,5 mm naar 3,5 mm is 3:1 meestal correct; 2:1 geeft te weinig eindcompressie. Houd minimaal 10% montagebuffer aan.
Wanneer kies ik 2:1, 3:1 of 4:1?
2:1 is prima voor labelsleeves en eenvoudige isolatie. 3:1 is de standaardkeuze voor de meeste kabelassemblages met splices of lichte diameterstappen. 4:1 gebruikt u wanneer een groot connector- of spliceprofiel moet overgaan naar een veel kleinere draad, of wanneer veldreparaties weinig maatvrijheid toelaten.
Is dual wall altijd beter dan single wall?
Nee. Dual wall is beter voor sealing, trekontlasting en vochtwering, maar niet automatisch voor elk project. Hij is dikker, duurder en langzamer te verwerken. Voor interne kastbekabeling onder 60°C zonder vloeistofbelasting is single wall vaak technisch voldoende en economisch slimmer.
Welke temperatuur gebruik ik om krimpkous te verwerken?
Voor standaard polyolefin ligt volledige recovery vaak tussen 120 en 135°C. Gebruik een regelbaar heteluchtpistool en vermijd lokale hotspots boven 200°C. PTFE-varianten of mil-spec sleeves kunnen 250°C of meer vereisen; verwerk die niet met een generieke service-heat-gun zonder procesvalidatie.
Hoeveel overlap moet ik aanhouden over een verbinding?
Voor isolatie is 10 mm per zijde een werkbare ondergrens. Voor strain relief of sealing kiezen wij meestal 15 tot 25 mm per zijde, afhankelijk van kabeldiameter, buigradius en trillingsbelasting. Bij zwaardere harnesses combineren we krimpkous vaak met tape of gevlochten sleeve om de belasting te spreiden.
Welke normen moet ik controleren bij inkoop?
Controleer minimaal UL recognition of gelijkwaardige materiaalgoedkeuring, RoHS-conformiteit, temperatuurrating en de acceptatie-inpassing binnen IPC/WHMA-A-620. Voor luchtvaartprojecten komen productspecifieke normen zoals SAE AS23053 erbij. Zonder deze gegevens is een prijsvergelijking onvolledig.
