
QFN VOIDING
ONDER THERMAL PADS
Een QFN met 22% voiding kan prima functioneren. Een ander QFN met 18% voiding kan thermisch falen. Het verschil zit in padindeling, vermogensverlies, via-ontwerp, X-ray interpretatie en reworkrisico.

Hommer Zhao
Oprichter PCB Assemblage | 15+ jaar ervaring in PCB productie
Bij QFN's beoordelen wij voiding niet als een cosmetisch X-ray beeld. In onze SMT-lijn koppelen wij het percentage voiding aan thermische belasting, stencilvensters, via-in-pad details, fluxactiviteit en de vraag of rework het board meer belast dan de oorspronkelijke afwijking.
"Als een ontwerpteam in de eerste review al IPC-2221, een procesmarge van 20% en minimaal 3 kritische DFM-punten vastlegt, zien wij de first-pass yield doorgaans direct boven 98% uitkomen."
Hommer Zhao, Founder & CEO, WIRINGO
Voor een snelle vervolgstap zijn onze gidsen over DFM-checks, PCB testen en IPC-kwaliteitsklassen de meest gebruikte referenties in onze offertefase.
Wat is QFN voiding onder een thermal pad?
QFN voiding is lucht, fluxgas of leeg volume in de soldeerlaag tussen het exposed thermal pad van een QFN-package en het PCB-land. Omdat het thermal pad onder het component verborgen zit, ziet u dit defect meestal pas met X-ray inspectie.
Een quad flat no-leads package gebruikt korte randpads voor elektrische aansluitingen en vaak een groot middenpad voor warmteafvoer en mechanische hechting. Dat middenpad gedraagt zich anders dan een gewone gull-wing aansluiting. Er is veel oppervlak, relatief weinig ontsnappingsruimte voor fluxgas en vaak een cluster thermal vias onder het component.
In productie betekent dit: een mooi AOI-resultaat zegt weinig over de soldeerlaag onder het QFN. De randpads kunnen acceptabel zijn terwijl het middenpad 30% voiding heeft. Andersom kan een QFN met zichtbare kleine voids toch thermisch acceptabel zijn als de dissipatie laag is en de voids verspreid liggen. Daarom koppelen wij QFN-vrijgave aan AOI en röntgeninspectie, testdata en de datasheetlimieten van het IC.
praktische grens voor veel standaard QFN thermal pads
typisch stenciloppervlak ten opzichte van exposed pad
pastevensters voor gasontsnapping bij middelgrote pads
maximale herbewerkingsronde voordat padstress snel stijgt
Bij QFN's kijk ik nooit alleen naar het gemiddelde voidpercentage. Een enkele void van 12% midden onder een 4 W thermal pad kan slechter zijn dan 24% verdeeld over kleine zones aan de rand, omdat de warmtestroom niet gelijkmatig door het soldeerpad loopt.
— Hommer Zhao, Oprichter & Technisch Expert
Waarom 25% voiding niet altijd dezelfde betekenis heeft
De 25%-grens is nuttig als startpunt, maar te grof als enige vrijgavecriterium. QFN thermal-pad voiding beïnvloedt drie functies tegelijk: thermische geleiding, mechanische hechting en elektrische massa- of groundverbinding. Welke functie domineert, verschilt per product.
Een low-power sensor-QFN met 0,2 W verliesvermogen kan 25% verspreide voiding vaak verdragen. Een motor-driver, RF-powertrap of DC/DC-regelaar met 3 tot 6 W dissipatie niet automatisch. Bij hoge dissipatie telt niet alleen het totale voidoppervlak, maar ook de locatie. Grote voids in het midden van het pad verhogen de lokale thermische weerstand sterker dan kleine randvoids.
De tweede factor is meetmethode. 2D X-ray projecteert alle leegtes op één vlak en kan overlappende voids groter laten lijken. 3D-CT of schuine X-ray kan beter laten zien waar voids zitten, maar kost meer tijd. Voor de meeste NPI-projecten starten wij met 2D X-ray op kritieke QFN's en verhogen wij de inspectiediepte alleen wanneer het product thermisch krap zit of wanneer een klantnorm dat vraagt.
Praktische vrijgaveregel
Leg per QFN-familie vast: maximaal totaal voidpercentage, maximale individuele void, meetmethode, aantal te inspecteren boards en actie bij overschrijding. Zonder deze 5 velden ontstaat discussie na de eerste X-ray, precies wanneer de batch al gebouwd is.
Stencilontwerp dat gas laat ontsnappen
Een goed QFN-stencil verdeelt soldeerpasta in meerdere vensters zodat fluxgas tijdens reflow kan ontsnappen. Eén groot stencilgat boven het volledige exposed pad lijkt logisch, maar geeft vaak te veel pasta, meer drijfgedrag en grotere ingesloten voids.
Voor veel QFN's werkt een totaal pasteoppervlak van 50 tot 70% van het thermal pad goed. Bij een klein 3 x 3 mm package kan dat 4 vensters betekenen. Bij een groter 7 x 7 mm of 9 x 9 mm package gebruiken wij vaak 9 vensters, soms met afgeronde hoeken om paste release stabieler te maken. Het doel is niet zo weinig mogelijk soldeer. Het doel is een vlakke, herhaalbare soldeerlaag met genoeg kanaalruimte voor gas.
Stencil thickness telt mee. Een 100 micrometer stencil geeft minder volume en vaak betere fine-pitch controle, maar kan bij grote thermal pads te weinig stand-off geven. Een 120 of 150 micrometer stencil past beter bij sommige mixed-technology boards, maar vraagt extra reductie in het QFN-middenpad. Daarom controleren wij QFN's altijd samen met omliggende 0402's, BGA's en connectorpads, niet als geïsoleerd component.

Als een QFN na de eerste batch 35% voiding toont, verander ik niet meteen het reflowprofiel. Eerst vergelijk ik stencilvensters, SPI-volume en via-in-pad details. In meer dan de helft van zulke cases zit de grootste winst in 10 tot 20% minder paste op het middenpad.
— Hommer Zhao, Oprichter & Technisch Expert
Paste, via-in-pad en reflow als procesvenster
QFN voiding ontstaat door het samenspel van soldeerpasta, PCB-pad, via-constructie en reflowprofiel. Een aanpassing aan één variabele werkt alleen wanneer de andere drie variabelen voldoende marge hebben.
No-clean paste met hoge activatie kan goede bevochtiging geven, maar produceert ook vluchtige stoffen die onder een groot pad moeten ontsnappen. Een lange soakzone helpt soms, maar te lang soaken kan flux uitputten voordat liquidus wordt bereikt. Een snelle ramp kan gas opsluiten. Een te lage piektemperatuur geeft slechte natting; een te hoge piek belast component, PCB en omliggende kunststof delen.
Via-in-pad is de tweede bron van variatie. Gevulde en overgeplate thermal vias geven de meest voorspelbare soldeerlaag, maar verhogen PCB-kosten. Open via's kunnen soldeer wegtrekken naar de andere zijde en extra voids vormen. Tented vias beperken wicking, maar alleen wanneer soldermask registration en via-diameter beheerst zijn. Bij een dicht via-array onder een power-QFN controleren wij daarom ook de via-opbouw en PCB-finish.
Stikstofreflow kan helpen wanneer oxidatie of slechte natting een rol speelt. Het is geen universele oplossing. Bij reflow soldering blijft profielvalidatie met thermocouples op het echte board noodzakelijk, vooral wanneer het QFN naast zware koperzones, shields of grote connectoren ligt.
Wanneer N2 niet genoeg is
Als X-ray grote ronde voids in hetzelfde patroon toont op elk board, behandelt u dit eerst als stencil- of padprobleem. N2 kan bevochtiging verbeteren, maar corrigeert geen 100% stencilopening, open thermal vias of een pad dat soldeer naar één zone trekt.
Keuzes vergelijken: risico, kosten en inspectie
De beste maatregel hangt af van volume, thermische marge en kwaliteitsklasse. Onderstaande tabel gebruikt waarden die wij in NPI-besprekingen vaak als eerste besliskader gebruiken. Het zijn geen universele normlimieten; het zijn praktische keuzes die een engineer en inkoper samen kunnen bespreken.
| Maatregel | Typische instelling | Voordeel | Niet ideaal wanneer |
|---|---|---|---|
| Vensterstencil | 50-70% paste-area, 4-9 vensters | Minder opgesloten gas en stabielere stand-off | Pad zeer klein is of stencil ook dikke connectorpads moet bedienen |
| Gevulde via-in-pad | Epoxy fill plus copper cap | Voorkomt solder wicking en lokale kraters | Prototypebudget geen extra PCB-proces toelaat |
| N2 reflow | Laag zuurstofniveau met gevalideerd profiel | Betere natting bij OSP en fine-pitch QFN | Voiding door stencilvolume of open vias wordt veroorzaakt |
| 2D X-ray sampling | 5-10 boards tijdens NPI | Snel beeld van totale voiding en trend | Individuele voidlocatie thermisch kritisch is |
| 3D X-ray of CT | Gericht op kritieke power-QFN | Betere ruimtelijke interpretatie van voids | Elke batch goedkoop en snel vrijgegeven moet worden |
| Rework | Maximaal 1 gecontroleerde cyclus | Herstelt overschrijding bij kritieke locaties | FR4 dun is, pads zwak zijn of omliggende delen hittegevoelig zijn |
X-ray vrijgave, rework en documentatie
Een betrouwbare QFN-vrijgave begint voor productie. Zet in de assembly notes welke QFN's kritisch zijn, welk voidpercentage geldt, hoeveel boards worden geïnspecteerd en wie mag beslissen over acceptatie of rework. Zonder deze afspraken verschuift de beslissing naar het moment waarop de lijn al stilstaat.
Voor prototypes combineren wij meestal DFM-review, stencilvoorstel, SPI-resultaat, eerste X-ray en functionele test. Bij serieproductie verschuift de focus naar procescapability: blijft het voidpercentage binnen dezelfde bandbreedte over meerdere lots, paste batches en PCB-leveringen? Als het gemiddelde elke batch 10 procentpunten beweegt, is het proces nog niet volwassen genoeg voor automatische vrijgave.
Rework is een laatste stap, geen kwaliteitsstrategie. QFN verwijderen en opnieuw plaatsen belast pads, soldermasker en omliggende componenten. Bij een SMD PCB assemblage met dunne boards, ENIG-finish of dichte componentplaatsing kan één reworkcyclus acceptabel zijn, maar meerdere cycli vergroten padlift en latent failure risico. Daarom vergelijken wij rework altijd met functionele testdata, thermische marge en klantacceptatie.
Documenteer de vrijgave met X-raybeelden, serienummers, paste batch, stencilrevisie, ovenprofiel en inspectiebesluit. Die data sluit aan op bredere PCB traceerbaarheid en maakt latere root-cause analyse veel sneller.
Mijn grens voor rework is streng: als een QFN thermisch acceptabel is en de voids herhaalbaar onder de afgesproken limiet blijven, laat ik het board liever met meetdata vrij dan dat ik een goed pad blootstel aan een tweede 245 graden Celsius cyclus.
— Hommer Zhao, Oprichter & Technisch Expert
Wanneer deze aanpak niet genoeg is
Voor zeer hoge vermogensdichtheid, automotive veiligheidsfuncties of medische elektronica kan een algemene 25%-grens te ruim zijn. Vraag dan om thermische simulatie, componentdatasheetlimieten, X-ray sampleplan en klant-specifieke acceptatiecriteria voordat u serieproductie vrijgeeft.
Bronnen en referenties
Veelgestelde vragen
Hoeveel voiding is acceptabel onder een QFN thermal pad?
Voor veel QFN-assemblages gebruiken teams 25% totale voiding als praktische grens, maar de juiste limiet hangt af van dissipatie, padgrootte en klantnorm. Een 3 W power-QFN vraagt meestal een strengere limiet dan een 0,3 W sensor-IC, vooral wanneer de datasheet een lage junction-to-board thermische weerstand specificeert.
Helpt een groter stencilvenster tegen QFN voiding?
Nee, meer soldeerpasta verlaagt voiding zelden betrouwbaar. Een totale paste-area van ongeveer 50 tot 70% van het exposed pad, verdeeld in 4 tot 9 kleinere vensters met ontgassingskanalen, geeft vaak minder voiding dan één groot venster met 100% dekking.
Wanneer moet ik QFN voiding met X-ray controleren?
Gebruik 2D of 3D X-ray wanneer het QFN thermal pad warmte moet afvoeren, wanneer de soldeerverbinding niet visueel inspecteerbaar is of wanneer het product in automotive, medische of industriële toepassingen komt. Bij NPI controleren wij doorgaans minimaal 5 tot 10 boards of 100% van de eerste kleine batch.
Kan stikstofreflow QFN voiding oplossen?
Stikstofreflow kan oxidatie beperken en bevochtiging verbeteren, maar lost geen slecht stencilontwerp of via-wicking op. Verwacht pas effect wanneer het zuurstofniveau, het fluxsysteem, de soakzone en het pastevolume samen worden beheerst; alleen N2 toevoegen verlaagt voiding niet voorspelbaar onder 25%.
Zijn via-in-pad gaten de hoofdreden voor voiding bij QFN?
Open via-in-pad gaten kunnen soldeer wegtrekken en gas insluiten, vooral bij thermal pads met veel via’s. Gevulde en overgeplate vias verminderen dit risico sterk. Als open thermal vias nodig zijn, plaats ze buiten kritieke natte zones of stem diameter, pitch en soldermask tenting af met de assembleur.
Wanneer is rework van een QFN met voiding verstandig?
Rework is verstandig wanneer voiding de afgesproken grens overschrijdt, de elektrische test faalt of thermische simulatie onvoldoende marge laat zien. Bij boards met ENIG-finish, dunne FR4 of nabije kunststof connectoren kan rework meer risico geven dan acceptatie; beoordeel daarom altijd temperatuurbelasting en pads na één reworkcyclus.
